Afscheid van Otto van Klaarbergen als diaken
Otto van Klaarbergen is voor velen een bekend gezicht in De Bron. De afgelopen vier jaar was hij diaken. Met hem blikken we kort terug op deze periode.
‘Ik ben diaken geworden omdat ik graag een steentje wilde bijdragen. Om vanuit mijn betrokkenheid een bijdrage te leveren aan de wijkgemeente die mij dierbaar is.
Op de afgelopen vier jaar kijk ik positief terug: een hele goede tijd. Het oppakken van taken in de kerk viel samen met mijn levensloop: ik voelde weer wat ruimte. Via de werkgroep Diakonie kon ik er rustig inrollen en ben ik vrij snel de notulist van de werkgroep geworden. Niet omdat daar mijn hart ligt, maar wel omdat het nodig en nuttig was. En zo ben ik doorgerold naar de taak van voorzitter.
Eén van de mooiste ervaringen in de afgelopen periode was dat ik deel mocht uitmaken van een groep warme en betrokken mensen, die ook over nuchterheid en dadendrang beschikken. En niet te vergeten: humor. Het is ons, denk ik, gelukt om de vergader-belasting en de uitvoering van bepaalde taken wat efficiënter te organiseren. Verder was de werkgroep heel reëel: we toetsten telkens onze ambities en plannen aan de uitvoerbaarheid.
Als je naar een mindere ervaring vraagt… De meeste moeite kostte mij het ambtsdragerschap. De kerkenraad is nooit helemaal mijn platform geworden. Voor mij is één van de belangrijkste diakonale taken het daadwerkelijk doen: handen en voeten geven aan je betrokkenheid.
Of de diakonie zich nog kan verbeteren? Ik denk dat we nu al voortdurend zoeken naar een goede balans tussen belasting en belastbaarheid. De wil om de wereld een beetje mooier te maken zit in ieder van ons. Daarnaast hebben we goede en praktische afspraken kunnen maken met de ouderlingen, bijvoorbeeld over de collectes. Als er geen diaken beschikbaar is, neemt een ouderling die taak over. Die flexibiliteit is belangrijk, zeker met het oog op de nabije toekomst, waarin we het waarschijnlijk met minder mensen zullen moeten doen. Hoe efficiënter we onze activiteiten organiseren, hoe meer ruimte er overblijft voor het echte ‘doen’. Een voorbeeld daarvan zou kunnen zijn om het collecteren volledig te digitaliseren. Maar uiteindelijk draait het niet alleen om efficiëntie. Ik wil daarom tot slot benadrukken hoe dankbaar ik ben voor de samenwerking.’
En bij die opmerking sluiten we als werkgroep naadloos aan. Otto bedankt!
Namens de werkgroep Diakonie, Christian Hulzebos