afb. 1 Foto Hester Mulder KIS Sept 2024Een nieuwe diaken

Hester Mulder heeft aangegeven diaken te willen worden en daar zijn we allen erg blij mee. Zoals u van de diakonie gewend bent bij het komen en gaan van diakenen (no worries Jelle jij komt nog), hier een kort ‘gesprek’ met Hester.
Mogen we iets meer van je weten? Ik kom uit Friesland, uit Lemmer. Ik ben daar opgegroeid in een gezin met een oudere en een jongere zus. Lemmer is geweldig, vooral in de zomer, want het is een watersportdorp pur sang. ’s Zomers naar het strand en in de winter schaatsten we bij beppe Mulder achter het huis op de ijsbaan, of kon je het Dok oversteken als het vroor. Hoewel ik eigenlijk een studie in Amsterdam zou volgen, besloot ik last minute naar Groningen over te stappen. Daar waren mijn ouders erg gelukkig mee, toch iets dichter bij huis.
Niels en ik wonen ongeveer 8 jaar in Beijum. Ik kwam – als ik me niet verreken – in 2005 in Groningen wonen om te studeren. Ik ben gestart met een studie Personeel & Arbeid aan de Hanzehogeschool, waarbij vooral de werkende mens in al haar complexiteit op mijn interesse kon rekenen. Na afronding koos ik dan ook voor een vervolgstudie Psychologie aan de RUG, met afstudeerrichting Arbeids-, Organisatie- en Personeelspsychologie.

Wat doe je voor werk? Ik werk ruim 8 jaar als docent op de Hanze, bij de opleiding Human Resource Management. Dit doe ik met liefde en plezier, waardoor werk niet vaak voelt als werk en dat is een heerlijkheid.
Hoe ben je in De Bron terecht gekomen? Samen met Niels heb ik twee dochters, Bobbie van 8 en Lou van 4 (zie foto). Lieve meiden die veel glans en glitter toevoegen aan ons leven. Als kind ging ik wekelijks naar de kerk in Lemmer, al vond ik het gedachtegoed dat gepredikt werd wel wat zwaarmoedig en waarschuwend van aard. Er was weinig ruimte voor vragen of weerleggingen van bijvoorbeeld het lopen over het water. Daardoor is op latere leeftijd de interesse in het kerkgaan beïnvloed. Misschien ook wel door een gevoel van onsterfelijkheid dat je als jongvolwassene kunt ervaren. Het blijkt natuurlijk wel wat mee te vallen met die onsterfelijkheid. Toen ik moeder werd, begon dat perspectief ook wat te kantelen. Van enkel aan jezelf denken en voor jezelf zorgen, naar verantwoordelijkheid voor een nieuw leven. Dat heeft mijn behoefte aan hopen en geloven weer een slinger richting de kerk gegeven. Waardevol vond ik het besef dat hetgeen ik van thuis uit ken, toch blijvend bij me heeft gehoord, ook op momenten dat ik dacht van niet.
Zo kwam ik met mijn schoonmoeder in De Bron terecht. Zij kwam er al en ik ging eens mee. En toen nog eens, en daar kwam het gevoel van de kerkgang terug. Soms alleen, soms met de oudste. In de toekomst misschien met beide kinderen .
Waarom kreeg je interesse om een ‘taakje’ te vervullen in De Bron en waarom diaken? Wat ik waardeer in De Bron is dat de gemeente voelt als een warme gemeente waarin een ieder welkom is. Waar je ook jezelf mag zijn in alle eigenheid. Jelle Kooistra heeft mij gevraagd of ik deel zou willen nemen aan de diaconale werkgroep. Daar ontstond een gat waar ik wel in wil springen. Mijn moeder is lang diaken geweest – wij noemden dat dan thuis op dagen dat ze in die rol naar de kerk ging, “mem giet ien ’t ponkje”. In het Fries noem je de collectezak een ponkje. Mooi om die herinnering door te trekken en zelf ook iets te kunnen bijdragen voor de gemeente. Van haar leerde ik dat iets doen voor de gemeente waarin je woont en kerkt, een kleine moeite is.
Wat vind je één van de belangrijkste diaconale taken? Het leven is ‘samen’, omkijken naar elkaar hoort daar bij. Dat lijkt me een mooie taak voor de diaconie. Een uitdaging ook, want in het huidige tijdsgewricht lijkt individualisme de boventoon te voeren. Ik hoop dat de toekomst van de diaconie daar blijft liggen: bij het omkijken naar elkaar en een beweging van individualisme naar een hoofdaccent op het groepsbelang. Iets doen voor de ander omdat er geen technologie op kan tegen het gevoel van echt contact, gezien worden en verbinding voelen in dat contact met die ander.
Wil je nog een slotopmerking maken? Geloven is, mocht je het mij vragen, heel persoonlijk. Ik ervaar het weleens als een worsteling. Het lukt meer en minder goed. Het lijkt wat een golvende beweging en misschien is dat het ook wel: hopen, geloven, om je heen kijken. Je klein durven maken. De behoefte om hardop te kunnen en mogen twijfelen, om te zoeken, is er altijd geweest. Daar lijkt nu meer ruimte voor te zijn dan destijds in vergelijking met ‘het kerken’ dat ik van vroeger ken. Overigens geen verwijt, maar het zoeken naar wat bij je past heeft tijd nodig en die tijd heeft mijn geloof wel goed gedaan.
Namens de werkgroep diakonie en dankzij Hester, Christian Hulzebos